Jennifer Tee in Tana Toraja
Op weg naar de tussenstaat
Jean Tee (2008)
>
SOURCES: TORAJA HUIZEN
>
SOURCES: BEGRAFENISRITUEEL
>
SOURCES: TAU TAU
>
WORK: TEARGARDEN
The state of Limbo/The Teargarden
Mensen die in het kantoor van de ABN-AMRO bank in Amsterdam Zuidoost werken, kunnen even helemaal uit hun zakelijke omgeving stappen naar een ceremoniële, bijna sacrale plek, door hun pauzes door te brengen in het kunstwerk van Jennifer Tee op de binnenplaats van het gebouw. Ze kunnen uitrusten op lage houten bankjes, die met hun rood en blauw gelakte kleuren het ovale oppervlak van het werk in tweeën verdelen en die geplaatst zijn rondom een grote, houten tafel met daarop een sarcofaag bekleed met wit-glanzende porseleinen tegels. Vanaf hoge kruizen kijken enorme oogbollen over hen heen. Beschermend? Bewakend?
Als je rondom de sarcofaag loopt, zie je de oogbollen als sterrenstelsels in het heelal onderling van posities veranderen en op een bepaalde plek het zwarte oog boven de sarcofaag voor een van de oogbollen schuiven als bij een zonsverduistering. Ontcijfer je vervolgens de zwarte, plantachtige letters vol ogen en diamanten, dan krijg je het volgende gedicht te lezen:
THE STATE OF LIMBO-
THE TEARGARDEN
IF MY MEMORY DOESNT WHOLLY DECEIVE ME-
I AM THE SOUL IN LIMBO
SOON
UN AUTRE MONDE
REVE [N]EVER
WHAT MEN KNEW NOTHING ABOUT-
THE INVISIBLE WORLD
BUILT ON DREAMS
SPRINGING FROM EMPTINESS
FOUNDED IN A THOUSAND PLACES
TWO SUNS ARE MOVING INTO ONE-
A SHARP SHAPE-
INSIDE THE MIND
A RESTING PLACE
THE SUN HAS FOR YEARS SPOKEN
REVEALING HERSELF AS A LIVING BEING-
NAKED
ADORNED WITH COLOURFUL RIBBONS
IN
STANDSTILL MEMORY PALACE-
THE TEARGARDEN-
FAR A WAY
*HIDDEN*-
A SCENT OF LOSS
COVERED WITH
PALMLEAVES
AND DIAMONDFLOWERS
IMPOSSIBLE DWELLINGS
IN
E*V*O*L E*Y*E LAND*S* -END
SPILLOVER AND DISAPPEAR
THE UNNAMEABLE IS THE ETERNAL REAL
UNDERSTANDING-
LUCID-MAGIC
THE STATE OF LIMBO
Les rites de passage
De Franse etnograaf Arnold van Gennep publiceerde in 1909 het werk
Les rites de passage, waarin hij bij overgangsrituelen drie fasen onderscheidde: verwijdering, tussenstaat en reïntegratie. In de eerste fase nemen mensen afstand van het normale, het alledaagse en beginnen zich te verplaatsen van de ene plaats of staat van zijn naar de andere. In de tweede fase zijn mensen in transitie; ze zijn los van hun oude toestand en identiteit, maar zijn nog niet verankerd in een nieuwe: zij zijn in limbo. In deze tussenstaat vervallen normale structuren; nieuwe ideeën en krachten kunnen hier geboren worden en veranderingen worden hier opgestart. Als mensen in de derde fase terugkeren naar hun dagelijks leven, doen zij dat met medeneming van de geïncorporeerde verandering.
De tussenstaat speelt een belangrijke rol in Jennifers kunst, waarin zij zoekt naar mengvormen van culturen en taal en van verschillende vormen van religie, de potentie hiervan om een nieuwe, meer bezielde wereld te scheppen. Hierin onderzoekt zij ook wat het verlies van identiteit en verwantschap met de cultuur van herkomst kan betekenen.
“Als een quasi-etnoloog creëer ik poëtische disposities tussen feit en fictie, tussen heden en verleden, om hiermee een antwoord te proberen te geven op die vragen en verlangens die niet onder woorden te brengen zijn.”
Deze fascinaties zijn deels terug te voeren op onze achtergrond: een Nederlands-Engelse moeder en een Chinese vader, geboren in Indonesië. Het net anders zijn roept vragen op, maar creëert ook ruimte en beweging. Jennifer identificeert zich niet met één cultuur of land, maar op een losse manier met meerdere, zij staat open voor andere werelden en betekenissen, waardoor haar kunst meerdere lagen heeft en niet eenduidig is. De
Teargarden is hier een voorbeeld van, Jennifer probeert hiermee een transcendente tussenstaat te creëren met onmiskenbaar religieuze en ritualistische elementen, die echter niet direct naar een bestaande religie of cultuur verwijzen, maar nieuw en multi-interpretabel zijn. De inspiratie voor dit werk werd voor een groot deel opgedaan tijdens een reis naar Indonesië en meer bijzonder tijdens een bezoek aan Tana Toraja:
Verwijdering
In de lente van 2005, een jaar voordat ze de
Teargarden maakte, reist Jennifer met bijna onze hele familie af naar Indonesië, voor een klassieke zoektocht naar de wortels van de familie in het land van herkomst. De reis begint in Java, met familiebezoek in Jakarta, een bezoek aan een school waar opa Tee schoolhoofd was en aan een Nederlands Hervormd kerkje waar onze vader gedoopt was in Semarang en natuurlijk ook een uitstapje naar de Borobudur, het beroemde Boeddhistische bouwwerk, waar een eerdere generatie Tee’s meer dan een halve eeuw eerder ook al naartoe was geweest.
Als tweede eiland bezoeken we Sulawesi, omdat onze oma, die een jaar eerder was overleden, geboren was in de stad Makassar. In de hooglanden van Sulawesi ligt Tana Toraja, het land van de Toraja’s, een inheems volk dat bekend staat om hun prachtige huizen met bootvormige daken, hun rotsgraven en hun buitengewoon uitgebreide begrafenisrituelen. Jennifer is meteen gefascineerd door de Toraja’s, vanwege de esthetiek, maar ook vanwege hun geloof in een transcendente ziel die niet verdwijnt met het sterven van het lichaam. In haar kunst heeft de dood nooit een directe rol in de zin van afscheid en rouw, maar wel door verwijzingen naar existentiële vragen, religies en rituelen.
Volgens de overlevering kwamen de voorouders van de Toraja’s met zeilboten uit het zuiden van China, via de rivier de Sa’dan voeren zij de binnenlanden van het eiland in tot zij niet verder meer konden. Daar vestigden zij zich en bouwden huizen die op boten lijken,
tongkonan, maar die ook hemel, aarde en onderwereld symboliseren en gericht zijn op het noorden omdat ze daar vandaan waren gekomen. De huizen zijn versierd met symbolisch houtsnijwerk vol verwijzingen naar planten, dieren en de kosmos en behangen met de horens van karbouwen (waterbuffels, het belangrijkste dier en betaaleenheid van de Toraja’s). De Toraja’s voeren nog altijd veel van de animistische rituelen uit van de
Aluk To Dolo, de Weg van de Voorouders, ook al is het merendeel van hen nu officieel Christelijk.
Volgens de
Aluk To Dolo is sterven geen plotselinge, abrupte gebeurtenis, maar een geleidelijk proces. Voor de ziel van de gestorvene een laatste rustplaats kan vinden in
Puya, het land van de zielen, moeten er eerst grote ceremonies worden gehouden. Tot de laatste begrafenisceremonie voorbij is, blijft de ziel in het dorp en wordt die persoon gezien als een zieke. Het lichaam ligt in een kist in het familiehuis en er wordt ook dagelijks eten bij gezet. Deze periode kan weken, maanden, soms zelfs jaren duren. Dat geeft de familie de tijd om te sparen voor de begrafenis en voor diegenen die buiten het gebied wonen om terug te komen.
Tussenstaat
Tijdens ons bezoek aan Tana Toraja vindt er net een begrafenis van een overledene met de status van een edelman plaats. Hoe meer mensen er naar een begrafenisceremonie komen, hoe hoger de status van de overledene, dus zijn we welkom om ons aan te sluiten in de optocht over een modderig pad een heuvel op naar de
rante, waar de ceremonie al een dag bezig is. De
rante is een veld speciaal voor begrafenisrituelen waar megalieten als gedenkstenen voor de familie van de overledenen in een cirkel zijn geplaatst. De toestroom van mensen lijkt eindeloos. Velen dragen dikke bamboestokken met hangende varkens daaraan vastgebonden met zich mee. Hoe dichter bij de
rante hoe harder het hoge, door merg een been gaande gekrijs van hun lotgenoten hoorbaar is. Speciaal voor de begrafenis zijn tijdelijke gebouwen gemaakt rondom het veld, zodat alle bezoekers beschut kunnen zitten, op het veld staat een rouwpodium in de vorm van een
tongkonan. Er hangt een gemoedelijke sfeer, er word gekletst en gezongen. Dit contrasteert nogal met wat er in het midden van het veld te zien is: vele geslachte varkens en waterbuffels in een poel van modder en bloed. De ziel is na alle begrafenisrituelen (op de laatste dag van de begrafenis zal zijn lichaam in het rotsgraf van de familie worden bijgezet en een paar dagen later zal de familie de ziel ’s nachts een eindje op weg naar het zuiden brengen) los van zijn lichaam en vrij om de lange, zware tocht af te leggen naar Puya. Hierbij heeft hij de offerdieren nodig, met name een sterke karbouw met grote horens, op de rug van wiens ziel hij de reis zal maken.
Een voor een dalen wij de heuvel weer af, met het voornemen om ’s avonds gado gado te bestellen in plaats van saté. De aanblik van de tientallen offerdieren en de indringende geur van bloed is de meeste van ons een beetje teveel. Zo niet Jennifer, die achterblijft om foto’s te maken en om zoveel mogelijk van het ritueel mee te maken. Er zouden namelijk nog ‘schopgevechten’, hanengevechten en speciale dansen plaatsvinden. Ook hoopt zij de
tau-tau (noch mens, noch pop) te zien, een houten beeld van de overledene die weer in een andere ceremonie zal worden bijgezet op het balkon voor het rotsgraf. Deze beelden zijn de Toraja’s pas aan het eind van de 19e eeuw gaan maken, zij voegen met de tijd steeds symbolen en rituelen toe, terwijl andere juist buiten gebruik raken, zoals sommige levensceremonies en het offeren van slaven, beide verboden door de Nederlanders.
Reïntegratie
Na de lange reis komt de ziel bij de poort van
Puya aan. Hij moet daar aangeven wie hij is, wat zijn sociale status is en of de begrafenisrituelen correct zijn uitgevoerd. Daarna mag hij binnen en heeft hij in
Puya dezelfde status als de levende persoon op aarde had. Voor de achtergeblevenen is hij nu een vergoddelijkte voorouder, die via de tau-tau vereerd wordt, opdat hij waakt over zijn familie.
Ook aan onze reis komt een einde, we vliegen terug naar Nederland om onze levens daar weer op te pakken. Ook al is het land na de emigratie van onze familie in de jaren ‘50 bijna onherkenbaar veranderd en ook al heeft niemand van ons het bezoek aan dit land als een soort thuiskomst ervaren, de indrukken blijken onuitwisbaar en op een bepaalde, niet exact aan te wijzen manier heeft de reis diep van binnen toch iets duidelijk gemaakt over onze afkomst.
Jennifer vliegt niet lang daarna naar China, om juist daar in een avontuurlijke werkperiode de porseleinen oogbollen en sarcofaagtegels voor het kunstwerk te maken. Terug in Amsterdam komen indrukken van de twee reizen naar deze voor haar speciale landen samen in het kosmische kunstwerk
The state of Limbo/The Teargarden. Deze bijzondere plek brengt de werknemers wellicht ook in een tussenstaat, zodat ze even losraken van de rationele, zakelijke sfeer in het kantoor. Misschien gaan zij in de loop van de tijd zelf wel rituelen bij dit kunstwerk vormen, zoals het plaatsen van foto’s van hun eigen herinneringen bij de sarcofaag.